Wetenschappelijke analyse

Dr. A. van der Meer
Instituut voor Chronodynamische Studies
2026

The Quadragenarian Recurrence Hypothesis of November 23

Abstract

In dit artikel introduceren wij de Quadragenarian Recurrence Hypothesis (QRH), waarin wordt aangetoond dat de kalenderdatum 23 november slechts eenmaal per 40 jaar voorkomt in identieke chronodynamische configuratie. Door analyse van zonnecycli, schrikkeljaarinterferentie en seizoensresonantie-effecten binnen de Gregoriaanse kalender, tonen wij aan dat conventionele 28-jarige herhalingsmodellen onvoldoende verklaringskracht bezitten voor late-herfstdagen. Wij presenteren een uitgebreid interferentiemodel waaruit volgt dat 23 november een unieke stabilisatiepunt bereikt met een periodiciteit van circa 40 jaar.

1. Inleiding

Traditionele kalenderkunde gaat uit van een 28-jarige zonnecyclus waarin weekdagen en kalenderdata zich herhalen. Deze aanname negeert echter:

  • De asymmetrische impact van schrikkeljaren
  • De eeuwcorrectie (100/400-regel)
  • Seizoensgebonden cumulatieve faseverschuiving
  • Late novemberdata blijken gevoelig voor wat wij noemen chronodynamische resonantie.

23 november bevindt zich precies twee dagen na de astronomische grens van de laatste seizoenskwadrantovergang (≈ 21 november in onze modellering), waardoor minimale verschuivingen exponentieel versterkt worden.

2. Theoretisch Model

Wij modelleren de kalenderpositie van een datum 𝐷 als functie van drie cyclische variabelen:

C(D)=Z(t)+S(t)+R(t)

waarbij:

  • 𝑍(𝑡) = zonnecycluscomponent (28 jaar)
  • 𝑆(𝑡) = schrikkelinterferentiecomponent
  • 𝑅(𝑡) = seizoensresonantie-afwijking

2.1 Zonnecycluscomponent

𝑍(𝑡)=𝑡 mod28

Conventioneel zou dit volledige herhaling impliceren na 28 jaar.

2.2 Schrikkelinterferentie

De schrikkelcomponent introduceert faseverschuiving:

\[ S(t) = \sum_{i=1}^{t} \delta_i \] Waar: \[ \delta_i = \begin{cases} 2 & \text{bij schrikkeljaar} \\ 1 & \text{anders} \end{cases} \]

De 100/400-correctie veroorzaakt asymmetrische distributie, waardoor het 28-jarig model instabiel wordt.

2.3 Seizoensresonantie

Voor data > 21 november introduceren wij een correctiefactor:

\[ R(t) = \epsilon \cdot \sin\left(\frac{2\pi t}{40}\right) \]

waar 𝜖 de herfstantropieconstante representeert.

Empirische simulaties tonen dat voor 23 november de sinuscomponent pas na 40 jaar opnieuw nul wordt met gelijktijdige stabilisatie van Z(t) en 𝑆(𝑡).

3. Resultaten

Simulatie over 400 kalenderjaren toont:

  • 28-jarige cyclus faalt bij late-herfstdagen
  • Volledige chronodynamische configuratie van 23 november stabiliseert gemiddeld na 40 jaar
  • Binnen een 400-jarige macrocyclus treedt dit fenomeen 10 maal op

4. Discussie

De bevinding suggereert dat niet alle kalenderdata structureel gelijk zijn. 23 november functioneert als een:

Chronologisch knooppunt binnen de herfstmorfologie van het Gregoriaanse systeem.

Hoewel andere data vergelijkbare fluctuaties tonen, is 23 november het eerste gedocumenteerde geval met een consistente 40-jarige resonantie.

5. Conclusie

De Quadragenarian Recurrence Hypothesis verklaart waarom 23 november slechts eens per 40 jaar voorkomt in identieke chronodynamische configuratie.

Dit impliceert dat kalenderherhaling niet louter een mathematisch fenomeen is, maar ook een dynamisch systeem met seizoensgevoelige interferentie.